......................................................................................................................................................................

vrijdag 3 februari 2012

Beste mensen,

conens & van wiechen werkt hard aan een
OudWeb nieuwe stijl.
Vandaar nu wat minder berichten op ons web-log,
maar binnenkort wordt dat heel anders ......


Nieuwtje:

De huidige tentoonstelling in de Hermitage, Amsterdam over de Vlaamse schilders Rubens, Van Dyck & Jordaens is met drie maanden verlengd tot en met 15 juni 2012.
De tentoonstelling, positief door pers en publiek ontvangen, toont een magistraal overzicht van 75 schilderijen en circa 20 tekeningen, waaronder talrijke meesterwerken van de grote drie van de Antwerpse school, aldus het persbericht.

vrijdag 27 januari 2012


MIJMERINGEN bij een MOZAÏEK

In Istanbul bezoeken we graag de Hagia Sophia. Gebouwd door keizer Justinianus in de zesde eeuw is deze kerk het grootste en meest invloedrijke bouwwerk geweest van de Byzantijnen. Ook de veel latere Ottomaanse architecten werden er door geïnspireerd en probeerden deze kerk te imiteren.


De eerste verdieping van deze Byzantijnse kerk was hoofdzakelijk voor vrouwen bestemd. Alleen het meest zuidoostelijke deel werd gebruikt door de keizerlijke familie. Hier zijn dan ook in mozaïeksteentjes twee keizerparen afgebeeld.


Tegen een gouden achtergrond staan de keizer en de keizerin aan weerszijden van de zegenende Christus-figuur, gezeten op een prachtig versierde troon. Beiden zijn in vol ornaat weergegeven; het keizerlijk paar staat letterlijk 'stijf' van de decoraties op hun kleding. Behalve kunstig borduurwerk met goud- en zilverdraad zijn veel edelstenen, parels en kleine medaillons van email aan hun kleding bevestigd en vanaf hun kronen hangen lange parelsnoeren langs hun oren. Boven de beide keizerlijke hoofden staat in het Grieks hun naam: keizer Constantijn IX Monomachos (1042-1055) en keizerin "de zeer vrome" Zoë.


De keizer heeft in zijn handen een buidel met goud, de traditionele geldelijke bijdrage van het paar aan de kerk. Zij houdt een boekrol in haar handen met de naam van haar echtgenoot. Je zou zo zeggen een prachtig, elfde-eeuws Byzantijns mozaïek.


Maar lijkt er niet geknoeid met de letters boven het hoofd van de keizer en op de boekrol? En met de hoofden van de keizer en de keizerin? Wat is het verhaal achter dit mozaïek?
Volgende week de rest van het verhaal!

© conens & van wiechen www.OudWeb.nl

woensdag 25 januari 2012


DOOD & LEVEN

Door de grote zorg die de Etrusken besteedden aan de overledene, leren wij nu de eens levende Etrusk kennen. Het klinkt paradoxaal, toch is het heel logisch. Paleizen, huizen en ook tempels waren voor het grootste deel van vergankelijk materiaal gebouwd. Steden lagen vaak op strategische locaties, die eeuwen lang - ook toen bij wijze van spreken de Etruskische nederzetting al tot stof was vergaan - in de Romeinse en middeleeuwse perioden bewoond bleven; soms tot op de dag van vandaag. Dat maakt archeologisch onderzoek lastig.


Juist door de zorg die de Etrusken besteedden aan het leven na de dood hakten zij graven uit in de rotsen, gaven de dode grafgiften mee en beschilderden de grafmuren met scènes uit het dagelijks leven. Grafruimten in de vorm van een woonkamer of hut (zoals hierboven, Cerveteri, zevende eeuw vC) echoën de woonomgeving van de levenden. Ook de status van de dode en zijn familie werden in grafvorm en -grootte geëtaleerd.

Veel informatie geven graven en de opgegraven objecten. Niet alleen over de betrokken elite, maar ook over de gewoonten, de boeren, de handelaren, de handwerkslieden, de bedienden en de slaven. Middeleeuwse wonderverhalen of onze reclame-uitingen willen iets - of het nu wel of niet reëel is - aanprijzen. Ze doen dat met herkenbare vormen, woorden, symbolen en beelden die de mensen aanspreken voor wie die verhalen of de reclame bedoeld is. Zo ook met de vondsten uit het verleden. Etruskische spiegels kunnen iets vertelen over de godenwereld, maar ook heel praktisch geven ze letterlijk weer hoe die spiegels werden gebruikt en hoe de Etrusken zich opmaakten.


De askisten geven misschien de tocht naar de onderwereld weer, maar praktisch laten ze karren zien die de Etrusken gebruikten en die diepe karresporen nalieten in de tufstenen wegen (Cerveteri).


De aanliggende vrouw op haar sarcofaag of askist mag dan deelgenoot zijn van een imaginair hiernamaals-banket, praktisch geeft ze aan welke kleren ze droeg, hoe ze haar sieraden en haar drapeerde,.....


hoe ze zich koelte toewuifde met een prachtige waaier ......
Inderdaad, door de grote zorg die de Etrusken besteedden aan de overledene, leren wij nu de eens levende Etrusk kennen.....

© conens & van wiechen www.OudWeb.nl

Meer informatie over de dubbeltentoonstelling Etrusken,
klik hier.


En meer Etrusken op ons web-log!

Voor een bespreking van het begeleidende boek bij de tentoonstelling Etrusken, klik hier.

Voor onze Etrusken-lezing in Lochem, klik hier.

Eind januari 2012 geeft conens & van wiechen een studiedag over de Etrusken, voor informatie klik hier.

dinsdag 17 januari 2012

HELD op KRUIKEN

Afgelopen vrijdag hebben we een Etruskische spiegel bekeken waarop de Trojaanse koningszoon Paris kennis maakte met de bloedmooie Helena. Ontvoering, oorlog, belegering van Troje, moord en doodslag waren het gevolg. De beroemde Trojaanse oorlog.Toen na tien jaar Troje door de Grieken werd ingenomen zag Menelaos zijn ontrouwe echtgenote Helena weer terug.


Op een Etruskische spiegel in Londen zien we hoe Menelaos na de inname van Troje maar aan één ding denkt: wraak. Hij wil Helena doden. Maar de naakte Helena - nog steeds erg mooi - heeft haar heil gezocht bij het beeld van de godin Athena én Menelaos' rechterarm en -hand met zwaard wordt door een godin tegen gehouden. Op de achtergrond kijkt Turan (Aphrodite, Venus) toe, de godin die eigenlijk aan het begin van alle narigheid stond.


Deze spiegel laat verder nog iets van de Etruskische humor zien. Onderop de spiegel - bij het handvat - is de ook bij de Etrusken zeer populaire held Hercle (Herakles, Hercules) te zien. Hier zit hij naakt op een vlot terwijl hij zijn attributen, knots en boog, in de lucht zwaait. Het vlot bestaat uit kruiken, waarop planken zijn vastgebonden. Behalve aan de knots is Herakles altijd te herkennen aan de leeuwehuid, herinnering aan zijn eerste heldendaad: het doden van een roofzuchtige en uiterst gevaarlijke leeuw. Meestal draagt de held het als een soort cape. Hier heeft de graveur de leeuwehuid op een bijzondere wijze gebruikt: het is geknoopt tussen twee staande stokken om dienst te doen als een eenvoudig zeil. De uiteinden, twee leeuweklauwen, wapperen duidelijk zichtbaar in de wind.

Hoewel wij zeer goed op de hoogte zijn van Herakles' heldendaden, die vaak zijn verteld en afgebeeld, is er geen die direct verwijst naar een reis op een amforen-vlot. Is het dan misschien een weergave van een tot nu toe onbekende Etruskische sage? We weten het niet, maar hoe het ook zij, de Etruskische graveur heeft bijna grappig de bij uitstek mannelijke held Herakles weergegeven als een opgetogen kind dat spelevaart op een vlot met een elementair zeiltje, zelf gemaakt met dat wat hij altijd bij de hand heeft: zijn leeuwehuid.

© conens & van wiechen www.OudWeb.nl

Meer informatie over de dubbeltentoonstelling Etrusken,
klik hier.


En meer Etrusken op ons web-log!

Voor een bespreking van het begeleidende boek bij de tentoonstelling Etrusken, klik hier.

Eind januari 2012 geeft conens & van wiechen een studiedag over de Etrusken, voor informatie klik hier.
Voor onze Etrusken-lezing in Lochem, klik hier.

maandag 16 januari 2012


MOTECHT

In de klassieke mythen komt koning Midas voor, de koning van de Phrygiërs die dom genoeg in een muziekwedstrijd de god Apollo niet de eerste prijs gaf. Voor straf werd zijn domheid zichtbaar doordat zijn oren uitgroeiden tot ezelsoren.
Archeologen hebben in de afgelopen eeuw Phrygië en de Phrygiërs weer op de kaart gezet in West-Turkije. Hun hoofdstad Gordion werd opgegraven en koninklijke grafheuvels onderzocht. De mythische domme koning Midas bleek veel historischer te zijn dan men vroeger dacht en hij zou iets na 700 vC zijn gestorven. Het paleiscomplex van Gordion werd al voor een deel blootgelegd en een van de fascinerendste vondsten is het bijna vierkante (ongeveer 10m) vloermozaïek dat een van de paleisruimten bedekte.


Verschillende geometrische (schaakbord-, zigzag, ruit) patronen gemaakt met zwarte, witte en rossige kiezelstenen liggen lukraak verspreid op de grond. Een soort chaos heerst er op de paleisvloer! Dit kiezelmozaïek behoort tot de oudste die archeologen tot nu toe hebben gevonden in het oostelijk Middellandse Zeegebied en wordt gedateerd aan het eind van de achtste of begin zevende eeuw vC. Juist in de periode dat Midas mogelijk als koning in dit paleis woonde. Zou Midas over dit vloermozaïek hebben gelopen? Was hijzelf de opdrachtgever?


Stel dat Midas inderdaad de inventieve bedenker was van deze stenen vloerbedekking, dan was hij dus niet zó dom als mythen hem maken. Want dit kiezelmozaïek is wel een van oudste motvrije én slijtvaste kamerbrede en gedecoreerde "tapijten" die we kennen!

© conens & van wiechen www.OudWeb.nl

vrijdag 13 januari 2012


DE MOOISTE

IJdelheid kent geen tijd. Ook vóór onze jaartelling gebruikten de Etrusken al spiegels. Het waren geen spiegels van glas, maar van brons. De spiegelende kant werd glimmend en glanzend gepoetst, terwijl naar de smaak van de eigenaar in de achterkant afbeeldingen van goden, godinnen en helden werden gegraveerd. Juist hierdoor weten wij ruim 2300 jaar later welke hemelbewoners en welke scènes uit verhalen vol goddelijke en menselijke hartstocht populair waren bij de Etrusken.

Deze bronzen spiegel uit de collectie van het Allard Pierson Museum te Amsterdam had oorspronkelijk een handvat van hout of ivoor, maar deze is verloren gegaan. Voor archeologen van nu zijn vooral de gegraveerde afbeeldingen op de achterkant van groot belang. Hieruit valt te destileren welke verhalen de Etrusken kenden en blijkbaar ook leuk genoeg vonden om constant aan herinnerd te worden. Op deze spiegel: de ellende die de Trojaanse oorlog heet.
De Trojaanse koningszoon Paris moest de mooiste van drie godinnen kiezen. Aphrodite (Venus, Etruskische Turan) beloofde hem de mooiste vrouw ter wereld als hij haar als Mooiste Godin zou aanwijzen. Dat gebeurde. Op de spiegel nu de volgende scène: Aphrodite introduceert Helena aan Paris.


Paris (links) is naakt weergegeven terwijl Aphrodite (rechts) een lang gewaad draagt, een mooi diadeem in het haar, oorbellen en een kralenketting om haar hals.


Dezelfde kralenketting draagt ook Helena, die langwerpige oorbellen draagt. Helena is naakt zodat Paris direct kan zien dat het hier echt om de mooiste vrouw ter wereld gaat.


Helena kijkt een beetje sip. Is ze een beetje beduusd van de aandacht? In ieder geval legt ze haar linkerhand op het rechterbeen van haar echtgenoot Menelaos. Zoekt ze bescherming bij hem?

We weten hoe het verhaal verder afloopt. Paris ontvoerde Helena of - volgens andere bronnen - Helena liet zich graag ontvoeren door die knappe jonge koningszoon. Hoe dan ook het resultaat was een tienjarige militaire treffen: de Trojaanse oorlog.

Volgende week de volgende ontmoeting tussen Menelaos en Helena, tien jaar later .......

© conens & van wiechen www.OudWeb.nl

En meer Etrusken op ons web-log!

Onze Etrusken-lezing in Lochem op 31 januari.

Eind januari 2012 geeft conens & van wiechen een studiedag over de Etrusken, voor informatie klik hier.

Meer informatie over de dubbeltentoonstelling Etrusken,
klik hier.


Voor een bespreking van het begeleidende boek bij de tentoonstelling Etrusken, klik hier.

woensdag 11 januari 2012

dinsdag 10 januari 2012


SPORTIEF PAKJE

Aan de Moezel lagen prachtige villa's van welgestelde Romeinen. In midden negentiende eeuw vond men in Nennig resten van zo'n grootse villa: eigen badgebouwen, overdekte wandelgangen, zuilengalerijen, aparte gastenverblijven etc.


De vloer van de belangrijkste ruimte in het gebouw was belegd met een ruim 10 bij 15 meter groot mozaïek. Geheel verdeeld in geometrische patronen waren er oorsponkelijk acht grotere figuratieve velden. Hierin liet de huiseigenaar scenes uit de "arena" neerleggen. Bezocht hij graag het amfitheater? Verdiende hij soms goed geld met deze "spelen"?


We zien hoe in de derde eeuw muziek van waterorgel en trompet de wedstrijden opvrolijkte, hoe gladiatoren elkaar of dieren te lijf gingen.
Vechtende gladiatoren hebben we veel vaker afgebeeld gezien in de mediterrane wereld, maar hier - op deze winterse druilerige regendag in Nennig - zagen we hoe blijkbaar ook Romeinse arena-vechters zich aanpasten aan het koudere klimaat. .....


Gladiatoren streden zoals gebruikelijk bijna naakt, maar deze twee - de een gewapend met stok, de ander met zweep - dragen hooggesloten en been-bedekkende kleding; ze lijken wel op onze hedendaagse sporters in van die modieuze "design" sportpakken!

© conens & van wiechen www.OudWeb.nl

zondag 1 januari 2012


De koning van India sprak tot zijn wijze filosoof: 'Vertel me een verhaal waaruit blijkt dat vriendschap en vertrouwen tussen mensen van verschillende kom-af voor iedereen profijtelijk is.'
'Inderdaad,' antwoordde de filosoof, 'vriendschap is een waardevol goed zoals blijkt uit het verhaal van de duif, de muis, de kraai, de schildpad en de gazelle.'
'Vertel!' beval de koning.

In een dichtbegroeid bos zat eens de nieuwsgierige kraai Ibn al-Aagje op een tak te dromen toen hij een jager aan zag komen. Dat de jager weinig goeds in de zin had was hem wel duidelijk; een valse lach sierde zijn boeventronie en hij droeg vangnetten op zijn schouders.
'Die jager is niet voor niets hier in het bos gekomen. Maar komt hij om mij kwaad te berokkenen of een ander dier? We zullen het afwachten,' dacht Ibn al-Aagje bij zichzelf.


De jager spande zijn net, gooide er graankorrels in en verschool zich achter een boom. Geklap van vleugels kondigde de komst van duiven aan. Ze zagen de graankorrels maar niet het vangnet en vlogen zo hun ondergang tegemoet. Toen de duiven in de gaten kregen dat ze gevangen waren, brak er wilde paniek uit.
Ieder probeerde een andere kant uit te fladderen tot hun leider - die vanwege zijn mooie heldere halsveren Kraagje werd genoemd - het woord nam en alle duiven beval eensgezind te zijn en samen één kant op te vliegen.
Ibn al-Aagje zag vol verbazing vanaf zijn tak hoe de duiven gehoorzaamden en mét net en al wegvlogen. De jager sprong te voorschijn, rende zo snel mogelijk achter de duiven aan tot hij niet meer kon en amechtig hijgend de achtervolging moest staken.
In de lucht volgde Ibn al-Aagje de duiven op een afstandje omdat hij graag de afloop van deze reddingsvlucht wilde gadeslaan.
Kraagje beval zijn duiven rustig in een boomrijk gebied te landen en riep toen hard: 'Zirak, Zirak, kom me helpen.'
'Wie is daar?' vroeg de muis Zirak uit één van zijn vele holletjes die hij in het bos had gegraven om zijn eventuele vijanden te misleiden. In één oogopslag had Zirak - die niet voor niets de bijnaam de Slimme had - de situatie door en begon het net voor zijn vriend Kraagje door te knagen. Maar Kraagje wilde als een kapitein op een schip pas als laatste bevrijd worden.


'Want als je het net eerst aan mijn kant doorkauwt, ben ik bang dat je geen fut meer hebt de anderen te bevrijden. Maar als ik - jouw vriend - pas als laatste aan de beurt ben, zal je alles op alles zetten om alle duiven te bevrijden,' redeneerde Kraagje.
Zirak knaagde en knaagde en knaagde .... en uiteindelijk waren alle duiven vrij. Dankbaar namen ze afscheid van Zirak.

Ibn al-Aagje had dit allemaal met verbazing bekeken en verlangde hevig naar een vriendschap zoals die tussen Kraagje en Zirak. Hij vloog naar het holletje waarin hij Zirak had zien verdwijnen en schreeuwde zo hard hij kon: 'Zirak, Zirak, rrrrrak!'
De muis herkende deze stem niet en kwam niet tevoorschijn, maar vroeg: 'Wie wil me spreken?'
'Ik,' zei de kraai en voegde er direct aan toe, 'ik wil graag vriendje met je worden!'
'Ja, ja, dát heb ik meer gehoord,' schampte Zirak, 'een kraai en een muis vrienden! Je hebt me zeker voor vanavond op je menu gezet!'
Ibn al-Aagje begreep de argwaan en probeerde Zirak uit te leggen dat hij alleen vriendschap nastreefde; immers vriendschap is iets veel groters dan eenmalig een miezerig muizehapje voor het avondeten. Na veel heen-en-weer gepraat raakte Zirak overtuigd van Ibn al-Aagje's goede bedoelingen.
Ze bleven bij elkaar wonen - Zirak in zijn hol tussen de boomwortels en kraai ín de boom - en elke dag werd hun vriendschap warmer. Maar omdat het voorjaar werd en steeds meer luidruchtige mensen de bossen onveilig maakten, besloten de vrienden hun bomen te verlaten en hun heil elders te zoeken.
'Ik weet een prachtig gebied waar mijn oude vriendin Schildpad leeft, laat ons daar naar toe gaan!' stelde Ibn al-Aagje voor.
'Maar hoe kan ik dat eind overbruggen?' vroeg Zirak.


'Geen probleem,' antwoordde de kraai, pakte de muis bij zijn staart en vloog hem naar rustiger oorden. Na de eerste schrik genoot Zirak van zijn luchtdoop en zag de wereld zoals hij die nog nooit gezien had: bomen wuivend in de wind, vogels in de lucht en wolken als katoenpluizen zo licht.
Na enkele uren landde kraai bij een klein meertje. Schildpad die een maf vliegbeest in de lucht zag - zouden fabeldieren dan toch écht bestaan ? - was angstig in het water gedoken, maar op het vertrouwde stemgeluid van Ibn al-Aagje stak ze haar kop boven de waterspiegel uit en vol vreugde begroette ze haar vriend.
'Jouw vriend is ook mijn vriend,' zei ze toen de kraai zijn verhaal had verteld. Schildpad ompootte de muis met zo'n enthousiasme dat Zirak zich amper staande kon houden.

Zó begon hun leven in harmonie en saamhorigheid. Niemand verstoorde hun rust en ze vertelden elkaar prachtige verhalen over vroeger en over de verre, boze wereld.
Op een dag hoorden ze een onbekend gehijg. Schildpad dook in het water, Zirak sprong zijn hol in en Ibn al-Aagje vloog naar zijn loer-tak. Hij zag een verrukkelijk mooie, jonge gazelle aan komen rennen alsof de duivel haar op de hoeven zat. Maar van de achtervolger was geen spoor te bekennen. Dus toen de gazelle hijgend in haast probeerde wat water te drinken, zei de kraai dat ze nergens bang voor hoefde te zijn want er was hier niemand meer die haar kwaad zou berokkenen. Toen ze wat gedronken had en tot rust gekomen was, stelden de drie vrienden zich aan de gazelle voor. Op haar beurt vertelde de gazelle dat ze Grazia - voor jullie: Grasje! - heette en dat ze op de vlucht was voor een gemene jagersbende.
'Over dat soort mensen hoef je je hier niet bezorgd te maken,' vertelde Schildpad, 'ik heb dat kanalje gelukkig hier nog nooit gezien.'

En zo leefden de vier vrienden vreedzaam met elkaar. Elke dag deelden ze hun maaltijd en vertelden elkaar de mooiste verhalen en dierenfabels.
Eens was Grasje niet op de afgesproken tijd aanwezig en toen ze er na een uur nog niet was, maakten de drie vrienden zich grote zorgen. Ibn al-Aagje vloog uit om poolshoogte te gaan nemen.
Na enkele vliegmijlen zag hij Grasje op de grond liggen verstrikt in een jagersnet. De kraai sprak haar moed in en zei dat hij direct Zirak zou halen om het net door te knagen. Toen Ibn al-Aagje zijn vrienden op de hoogte had gebracht, haastten zij zich alle drie naar onfortuinlijke Grasje. Toen Schildpad hijgend en kuchend op de plaats des onheils aankwam, was Grasje al bijna bevrijd.
'Je had beter niet kunnen komen,' zei de gazelle, 'want stel je voor dat de jager onverwacht terugkomt als ik bevrijd ben: Ibn al-Aagje kan wegvliegen, Zirak kan zó tussen de boomwortels een hol vinden en ik kan wegrennen. Maar jij bent een stuk langzamer en de jager zou jou wel eens kunnen pakken.'
'Lieve Grasje,' antwoordde Schildpad, 'weet wel dat het leven weinig voorstelt als je gescheiden bent van je vrienden en je niet weet wat hen overkomt!'


Schildpad had nog maar net zijn laatste woord gesproken of de jager kwam eraan. Grasje had - helaas - profetische woorden gesproken: Schildpad werd gepakt en door de jager op een stok vastgebonden. De jager die verbaasd was dat het lekkere gazelle-hapje zich had weten te bevrijden, nam nu maar genoegen met een soepschildpad.
De drie vrienden bleven niet bij de pakken neerzitten en Zirak stelde een snelle redding voor.
'Grasje, ga jij op het pad dat de jager neemt op de grond liggen en doe alsof je gewond bent. Ibn al-Aagje gaat op je zitten en doet alsof hij aast. De jager zal Grasje mee naar huis willen nemen. Hij zal zijn stok met de gebonden Schildpad even neerleggen en als hij bij jou komt, Grasje, ga direct op je poten staan en vlucht weg. Niet té snel, want de jager moet achter je aan gaan rennen. Ren zo ver als je kan, weg van de plaats waar Schildpad ligt. Intussen zal ik de touwen doorknagen en wegvluchten met Schildpad,' aldus de slimme muis.
Iedereen vond het een fantastisch plan en alles verliep uitstekend.


Toen de jager de gazelle niet kon pakken, ging hij teleurgesteld terug naar zijn eerdere buit. Maar op de plek aangekomen waar hij de schildpad had achtergelaten vond hij slechts raffelige touwen.
'Eerst de gazelle, nu ook nog de schildpad verdwenen! Dat is werk van geesten, van djinns, van tovenaars!' dacht de jager en rende in paniek het bos uit. Sindsdien durfde niemand nog in dat gebied te jagen of te verpozen!


'En de vier vrienden leefden nog lang en gelukkig,' eindigde de filosoof.

De koning vond het een mooi verhaal en glom van genoegen; het smaakte naar meer .......

© conens & van wiechen www.OudWeb.nl

Dit is slechts één van de vele, verrukkelijke verhalen uit Het Boek van Kalila & Dimna. In onze presentaties laten wij U graag nader kennis maken met de vriendelijke woestijnvos Kalila en zijn broer Dimna, die alles naar zijn hand wil zetten, iedereen probeert te manipuleren en constant op eigen gewin uit is.
Laat U verrassen door de verhalen uit Kalila & Dimna en door de schitterende miniaturen uit dertiende- en veertiende-eeuwse Perzische en Arabische handschriften.

De vorstenspiegel Kalila & Dimna was oorspronkelijk in het Sanskrit geschreven en op bevel van de Sassanidische koning Chosroës in het Pehlevi vertaald. Ibn al-Muqaffa vertaalde (en bewerkte) deze tekst in het Arabisch. Vooral via deze en latere Arabische en Perzische bewerkingen kreeg Het Boek van Kalila & Dimna een zeer grote verspreiding. Overal werd het boek populair en verschenen er talrijke bewerkingen en vertalingen: van het Syrisch tot het IJslands, van het Hebreeuws tot het Turks, van het zeventiende-eeuwse Nederlands tot het modern Perzisch ....
We hebben ons enigszins door de Arabische tekst laten leiden. Bij het tekenen werden we geïnspireerd door miniaturen uit Perzische en Mamlukse handschriften en vijftiende-eeuwse houtsnedes.

© conens & van wiechen www.OudWeb.nl

donderdag 29 december 2011


2012

In het huis van een zekere Apuleius in Ostia ligt dit zwart-wit vloermozaïek met middenin een onheil-afwerend Medusa-hoofd.
Toepasselijk voor de komende 'overgang':

moge 2012 voor U
een goed jaar zijn


conens & van wiechen
Annet van Wiechen
www.OudWeb.nl

Voor Ruuds Medusa, klik HIER.
Overal vinden we dat Medusa-hoofd, in Volubilis, op het belangrijkste schip in de slag bij Lepanto, op een Etruskische askist in Montepulciano, in onze keuken, op het pantser van Alexander de Grote ..........

© conens & van wiechen www.OudWeb.nl

donderdag 22 december 2011


ER WAS EENS EEN MONSTER ....

Ze woont in zee, is boosaardig en blaft onheilspellend; "ze heeft twaalf spartelende voeten en zes lange halzen en aan elke hals een afzichtelijke kop. Haar tanden staan in drie lange dichte rijen, dreigend met de zwarte dood"..... en ze eet dolfijnen, zeehonden en zeelui; geen lieverdje, dus. Zo beschreef de oude Griekse dichter Homerus het monster Scylla, met wie Odysseus tijdens zijn thuisreis te maken kreeg. In de loop van de tijd deden meer verhalen van Scylla de ronde en werd ze ook afgebeeld.


Zoals in een huis in Nea Paphos (Cyprus). Daar werd een vloermozaïek gevonden dat in de derde eeuw vóór onze jaartelling was gemaakt met - hoofdzakelijk witte en zwarte - kiezelsteentjes.
Het aantal halzen en "voeten" is logischerwijs door de mozaïeklegger teruggebracht, maar hij wist een monster te maken dat in zee leeft, want een vissekop is nog te zien. Dat blaffende geluid dat Scylla voortbrengt heeft hij geassocieerd met honden en zo kreeg Scylla "poten" met hondenkoppen.


Een soortgelijk monster werd ruim vier eeuwen later gelegd in Ostia (Italië). Nu geen zwart-witte kiezels maar zwart-witte regelmatig gehakte mozaïeksteentjes. De hondenkoppen lijken nu op die van dolfijnen, maar Scylla is min of meer hetzelfde gebleven.
De Romeinse dichter Ovidius gaf tweeduizend jaar geleden in zijn Metamorphosen Scylla een verleden. Ze was vroeger een mooie nimf die een beetje slenterde langs het strand en dáár zag Glaucus haar. Hij was ooit visser, maar een merkwaardig toverkruid had hem veranderd in een zeewezen; zeegoden verwelkomden hem in hun midden. Smoorverliefd werd hij op Scylla, die niet erg onder de indruk van hem was. Boos en verbitterd om haar onwil vroeg hij toverknol Circe om een liefdesdrank. Maar ja, Circe werd zelf verliefd op Glaucus, die absoluut geen oog had voor de tovenares. Jaloers maakte Circe stampend en zingend een monsterverwekkend drankje klaar dat ze sprenkelde aan de kust waar Scylla vaak kwam rusten. Duistere toverformules zorgden voor een finishing touch!


Toen Scylla in de ondiepe zee baadde, veranderde ze in het enge monster zoals hierboven beschreven. "Tastend naar waar haar dijen, benen, voeten zijn voelt zij in plaats daarvan [honden]koppen, dolle Cerberussen vormen haar onderlichaam, dierenlijven kronkelen tot buik en heupen ..."; een prachtig beschreven metamorfose.
En dan zijn er nog mensen die de antieke wereld saai vinden?!

© conens & van wiechen www.OudWeb.nl

maandag 19 december 2011


RUÏNES

Heerlijk struinen over ruïnes. Proberen de oude draad van het verleden op te pakken. De uitgesleten straatstenen, de ondeugende graffito die wonderwel twee millennia heeft overleefd, dat kleine stukje vloermozäiek dat nog net te zien of die majestueuze stadspoort .... in alle geuren en kleuren en uit alle tijden hebben we ruïnes belopen .... steden, kerken, necropolen, kloosters. Ook de jongste ruïnes (herinnering aan de Spaanse burgeroorlog of aan een aardbeving op Sicilië) geven ons datzelfde gevoel: ontdekking, verrassing, verwondering én dat lijntje met het verleden.
De meest minimalistisch ruïne is wel die van Marzabotto, vlakbij Bologna (Italië). Deze Etruskische stad die Kainua heette, werd in de zesde eeuw voor Christus gesticht toen de Etrusken vanuit hun kerngebied tussen Arno en Tiber hun macht uitbreidde naar het noorden. Allereerst woonde men in eenvoudige hutten. Een eeuw later bloeide de stad. De stad bestond toen uit elkaar loodrecht snijdende straten en uit rechthoekige huizen met een open hof en afwatering.


Deze huizen waren gebouwd van vergankelijk materiaal maar op een kiezelstenen fundament. Alleen dat fundament is gebleven. En zo ziet Marzabotto er nu uit: een groen grasveld met rechthoekige huisplattegronden.


Iets buiten het stadscentrum - op de acropolis - stonden enkele tempels en altaren. Daar is duidelijk te zien hoe deze voorname bouwwerken - ook voor het grootste deel van vergankelijk materiaal opgetrokken met alleen de onderste bouwlagen van steen - gebouwd waren op een stenen kiezelfundament.


En bijzonder ..... op de kruising van de belangrijkste straten werden stichtingsstenen gevonden. De stenen waarin Etruskische priesters - uiteraard na raadpleging van de goden - door middel van een groot kruis de richting der straten aangaven. Een Etruskische rite die door de Romeinen werd overgenomen en uitgebreid.



Kainua was een stad met een zeer regelmatig stratenpatroon, tempels en altaren, stenen kistvormige graven, stadspoorten; zelfs een gedeelte van de bronwaterleiding werd teruggevonden. In Kainua putten huisbewoners water uit eigen bron, hadden bronswerkers en pottenbakkers atelier aan huis en offerde een zekere Lareke Niritalu ooit aan de godheid van de bron wiens naam we (nog) niet kennen.
Een minimalistische ruïne wellicht, maar voor een archeoloog een veld vol verleden!

© conens & van wiechen www.OudWeb.nl

En meer Etrusken op ons web-log!

Eind januari 2012 geeft conens & van wiechen een studiedag over de Etrusken, voor informatie klik hier.

Meer informatie over de dubbeltentoonstelling Etrusken,
klik hier.


Voor een bespreking van het begeleidende boek bij de tentoonstelling Etrusken, klik hier.

dinsdag 13 december 2011


ER WAS EENS .....

Er was eens - zo vertelde Firdawsi (gestorven rond 1020) - een jonge Perzische prins Bahram Gur. Als achttienjarige was hij al een onverschrokken jongeman, zó stralend "als de zon" en een goed jager. Hij had zijn leermeesters niet meer nodig en de tijd was gekomen dat hij ook "geluk bij de vrouwen" vond. Uit veertig prachtige slavinnen "elk zó stralend als de zon" koos hij er twee. Ze waren elegant en zo slank als cypressen. Eén was het mooist en de ander, Azadeh, speelde prachtig harp.
Bahram Gur jaagde graag terwijl hij naar harpmuziek luisterde. En zo kwam het dat Azadeh, "haar wangen zo rood als wijn", achterop de kameel zat bij Bahram Gur; "haar naam lag altijd op zijn lippen". Toen ze enkele herten zagen, vroeg de prins haar hoe hij het dier zou raken. "Je bent een leeuw van een man en een groot strijder vecht niet tegen herten! Neem de katapult en raak een van de herten bij het oor. Op het moment dat het hert met de achterpoot krabt op de pijnlijke plek, raak dan - als je wil dat ik je het 'licht' van de wereld noem - achterpoot, oor en kop van het hert in één pijlschot!", zo sprak Azadeh.


Op het Perzische minaï-aardewerk is te zien dat het Bahram Gur gelukt is. Met één pijl raakte hij kop, oor en achterpoot van het hert. Ach, arm hert!

Het liep trouwens ook slecht af met Azadeh, dat kunt u HIER lezen.

© conens & van wiechen www.OudWeb.nl

vrijdag 9 december 2011


VARIATIE

De Etrusken cremeerden of begroeven hun doden. De as werd in een asurn of -kistje van terracotta, brons of steen bijgezet. De dode werd vaak op een stenen ligbank in het graf of in een sarcofaag van steen of terracotta gelegd. De Etrusken kenden in hun duizendjarig bestaan een grote variaties aan vormen zowel van asurn als van sarcofaag.

De - meestal terracotta - asurnen met directe verwijzingen naar de mens achter de as in de vorm van een hoofd-deksel heten in het moderne jargon: kanopen. Dat woord werd gebruikt naar analogie van de oud-Egyptische kanopen waar de ingewanden van de mummie werden bewaard. Maar het betreft in Etruria een asurn, dus eigenlijk een foute naam, maar nu wel helemaal ingeburgerd.


De deksel van de asurn is in de vorm van een hoofd, van een gezicht. In de oren van dit exemplaar uit de omgeving van Chiusi (625-600 vC) zijn bronzen oorbellen gehangen.



In dezelfde omgeving werd een eeuw later niet alleen het gezicht gedetailleerd uitgewerkt - pupillen in de ogen en haarkrulletjes - ook aardewerk armpjes werden los toegevoegd.


Prachtig voorbeeld van een typisch Etruskisch voorwerp. Vandaar dat de kanopen Ruud inspireerden voor dit T-shirtontwerp!


Maar er zijn zoveel andere vormen van Etruskische as-houders. Met het weekend voor de boeg: deze vroegste afbeelding van een banket (eerste helft 7e eeuw vC), toegevoegd op de asurn-deksel.
Manlief zit achter een driepoottafeltje met lekkers. Een (zijn ?) vrouw wuift hem koelte toe met een waaier die helaas voor het grootste deel is afgebroken. Aan wijn geen gebrek. Twee grote wijnvaten (één is afgebroken) stonden voor de tafel.

Wat een prachtige vormgeving voor het eeuwige einde!

© conens & van wiechen www.OudWeb.nl

Meer informatie over de dubbeltentoonstelling Etrusken,
klik hier.


En meer Etrusken op ons web-log!

Voor een bespreking van het begeleidende boek bij de tentoonstelling Etrusken, klik hier.

Eind januari 2012 geeft conens & van wiechen een studiedag over de Etrusken, voor informatie klik hier.